Audit tech lost niets op zolang we blijven werken alsof het 1995 is

31-03-2026 Redactie Blog

Er is iets merkwaardigs aan de hand in de wereld van audit en accountancy. We beschikken over meer technologie dan ooit tevoren. Dashboards, data-analyse, AI, continuous monitoring — het vocabulaire van vooruitgang is indrukwekkend en op papier klopt het verhaal ook. Alles lijkt sneller, slimmer en beter te kunnen.

Maar wie een willekeurig auditdossier binnenloopt, ziet een ander beeld.

Excel-bestanden bewegen nog steeds van systeem naar systeem. PBC-lijsten circuleren alsof het een jaarlijkse traditie is. En discussies over de vraag of “alles er nu echt is” keren ieder jaar terug, bijna ritmisch voorspelbaar. Het enige verschil met tien jaar geleden is dat er nu ergens een dashboard aan toegevoegd is.

En ergens halverwege het proces,  meestal rond week drie van de piek,  zegt iemand wat iedereen eigenlijk al voelt: het lijkt nog steeds verdacht veel op vroeger.

Dat gevoel klopt.

De audit van de toekomst… in een oud jasje

De afgelopen jaren is audit tech gepositioneerd als dé oplossing voor alles wat in het vak stroef liep. Minder handwerk, meer inzicht, hogere kwaliteit en kortere doorlooptijden — het verhaal was aantrekkelijk en op onderdelen ook terecht.

Alleen hebben we in de praktijk iets anders gedaan.

We hebben technologie toegevoegd aan een proces dat we fundamenteel ongemoeid hebben gelaten.

We bouwen nog steeds dossiers. We werken nog steeds met momentopnames. We kijken nog steeds achteraf naar wat er is gebeurd. Het proces zelf is nauwelijks veranderd, alleen de verpakking is gemoderniseerd.

Het heeft iets weg van een faxapparaat met een touchscreen. Het oogt eigentijds, maar de onderliggende logica is onveranderd.

Meer tools, meer complexiteit

Voor wie vandaag in een auditteam werkt, voelt het landschap zelden eenvoudiger dan voorheen. Integendeel.

Voor elke stap is er een tool, voor elke analyse een aparte omgeving en voor elke dataset een eigen format. Data moet nog steeds worden opgehaald, opgeschoond en gemapt voordat er überhaupt iets zinnigs gezegd kan worden. Inzichten ontstaan pas als alles eindelijk aan elkaar geknoopt is en tegen die tijd is het overzicht vaak al verdwenen.

Wat bedoeld was om te vereenvoudigen, introduceert zo een nieuwe laag complexiteit.

Niet omdat de technologie tekortschiet, maar omdat zij wordt toegepast op een fundament dat daar niet voor ontworpen is.

Het probleem zit niet in de tooling

Het is verleidelijk om de oplossing te zoeken in nog betere tools. Nog slimmer, nog sneller, nog meer AI. Maar daarmee raken we de kern niet.

Die kern ligt dieper.

Audit is nog steeds ingericht als een periodiek, dossiergedreven proces. Eén keer per jaar verzamelen we data, reconstrueren we het verleden en vormen we daar een oordeel over. Dat model was logisch in een wereld waarin informatie schaars en traag beschikbaar was.

Maar die wereld bestaat niet meer.

Organisaties draaien op real-time systemen. Data stroomt continu. Beslissingen worden genomen op basis van dashboards die dagelijks, soms per minuut,  worden bijgewerkt. En wij stappen daar één keer per jaar binnen met een extract.

Dat is niet alleen inefficiënt. Het is een fundamentele mismatch.

De illusie van vooruitgang

Veel van wat vandaag als innovatie wordt gepresenteerd, is in essentie een digitale variant van wat we al deden.

Excel wordt een dashboard. De steekproef wordt een analyse van de volledige populatie. De map wordt een portal. Maar de onderliggende logica blijft intact: we verzamelen, controleren en documenteren, echter nog steeds achteraf.

Dat is geen transformatie, maar optimalisatie.

En optimalisatie van een model dat zijn houdbaarheidsdatum nadert, levert zelden echte vooruitgang op.

Van bestanden naar beweging

De echte verandering vraagt niet om nieuwe tooling, maar om een ander vertrekpunt.

Niet langer denken in bestanden, maar in datastromen. Niet langer controleren achteraf, maar begrijpen tijdens het proces. Niet langer audit als sluitstuk, maar als onderdeel van de keten waarin organisaties opereren.

In zo’n wereld begint audit niet met een PBC-lijst, maar met toegang tot dezelfde data als de organisatie zelf. Afwijkingen worden zichtbaar op het moment dat ze ontstaan, niet maanden later. De rol van de auditor verschuift van verzamelen naar duiden, van controleren naar interpreteren.

En misschien nog wel belangrijker: van terugkijken naar meebewegen.

Waarom we toch blijven hangen

Het ongemakkelijke is dat de technologie om dit mogelijk te maken al beschikbaar is. We kunnen systemen koppelen, data real-time analyseren en patronen herkennen. De beperkingen zitten zelden in de techniek

Ze zitten in het model.

In wat vertrouwd voelt. In regelgeving die rondom het bestaande proces is opgebouwd. In de menselijke neiging om te verbeteren wat we kennen, in plaats van te herontwerpen wat nodig is.

En dus blijven we investeren in tools die ons helpen het oude model net iets efficiënter uit te voeren.

De ongemakkelijke waarheid

De sector spreekt graag over innovatie. Over audit tech. Over de toekomst van het vak.

Maar als je eerlijk kijkt, investeren we vaak niet in vernieuwing van het fundament, maar in verfijning van het bestaande. We maken het oude model beter werkbaar, sneller en soms zelfs iets leuker.

Maar we veranderen het niet.

En zolang dat zo is, blijft technologie een pleister. Soms een hele geavanceerde pleister, maar nog steeds een pleister.

Dus ja..

Misschien ligt de belangrijkste vraag voor de komende jaren niet in welke technologie we nog moeten toevoegen.

Maar in de bereidheid om het fundament zelf ter discussie te stellen.

Zolang we blijven werken alsof het 1995 is, zal zelfs de beste technologie ons vooral helpen om dat nét iets efficiënter te doen.

De echte winst zit ergens anders.

Die begint op het moment dat we stoppen met optimaliseren

en beginnen met herontwerpen.

Pas dan ontstaat er iets wat we al jaren beloven, maar zelden echt realiseren:

flow

No user image
Geschreven door:

Redactie