Beste lezer,
In vervolg op onze nieuwsbrief van vorige maand vonden wij het wel gepast u de meest relevante percentages en bedragen voor de verschillende belastingen voor 2026 in een overzichtelijk dashboard te presenteren. Dit overzicht kunt u hier downloaden.
Op het moment van schrijven van deze bijdrage voor onze nieuwsbrief zag het coalitieakkoord “Aan de slag” het daglicht!
De fractievoorzitters van D66, VVD en CDA willen weer terug naar ‘normaal’ en aanknopen bij een verleden waarin veel goeds is opgebouwd door overleg en compromissen. Zo is de overtuiging dat Nederland weer vooruit kan komen als politici het debat op een normale manier met elkaar voren. Met elkaar levert meer op dan tegen elkaar, zo valt te lezen.
Het akkoord straalt optimisme uit, begrijp ik. Aangekondigd wordt door te gaan met waar mogelijk vereenvoudiging en verbetering van het belasting- en toeslagenstelsel, en het op orde brengen van ‘de basis’.
Het kabinet komt daartoe voor het einde van 2026 met een hervormingsagenda met concrete mijlpalen in de tijd op verschillende onderdelen, beginnende met de herziening van het IB-stelsel (Inkomstenbelasting) en stappen in het stelsel van toeslagen, overige inkomensregelingen en sociale zekerheid. De uitgangspunten zijn eenvoud in de uitvoering, duidelijkheid en voorspelbaarheid voor mensen waarbij werken moet lonen, waar belastingen niet verder worden genivelleerd. Daarnaast wordt prioriteit gegeven aan de afronding van het ICT-landschap binnen de Belastingdienst en Dienst Toeslagen.
Ook valt te lezen dat, met het doel de eigen woning betaalbaar te houden en de rust op de woningmarkt te bewaren, de fiscale behandeling (o.m. hypotheekrenteaftrek) van de eigen woning ongewijzigd blijft.
Voor ondernemers is er ook (goed) nieuws: volgens het akkoord kunnen ondernemers alleen ondernemen met stabiel beleid en stabiele belastingen. Met het oog op een gelijk speelveld willen de coalitiepartners de vaak ter discussie gestelde regelingen behouden die belangrijk zijn voor bedrijven zoals de expatregeling, innovatiebox, bedrijfsopvolgingsregeling, verliesverrekening, de deelnemingsvrijstelling en de WBSO.
Fiscale regelingen voor ondernemers als de WBSO en de Werkkostenregeling (WKR) worden minder complex gemaakt en administratieve lasten worden verminderd. Voor DGA’s (Directeur Groot Aandeelhouders met een eigen BV) moet de belastingdruk in evenwicht zijn.
Wij zullen meemaken wat het precies voor de toekomst gaat betekenen en hoe concreet het allemaal zal worden.
Concreet was in elk geval de Hoge Raad in haar uitspraak van 16 januari jongstleden over de belastingrente.
In haar uitspraak oordeelde de Hoge Raad dat de bij het Besluit belasting- en invorderingsrente (Bbi) per 1 januari 2022 naar 8% (en later zelfs 10%) verhoogde belastingrente voor de vennootschapsbelasting onverbindend is omdat de desbetreffende bepaling van het Bbi in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. Als gevolg hiervan moet die bepaling buiten toepassing blijven maar mag de Belastingdienst wel een rentepercentage in rekening brengen dat ook geldt voor andere belastingen (en deze onderling ook wel mogen verschillen).
Daarom is de rente voor 2022 en 2023 vastgesteld op 4% en met ingang van 2024 op 4,5%.
Overwegingen bij de Hoge Raad zijn onder meer dat budgettaire doelen niet ten grondslag mogen liggen aan het toepassen van een hoger rentepercentage, noch om daarmee het gedrag van belastingplichtigen te beïnvloeden dan maar tijdig om een voorlopige aanslag te verzoeken.
Bovendien is een lastenverzwaring die vooral bij één groep belastingplichtigen (voor de Vennootschapsbelasting in dit geval) wordt gelegd in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Ook is een nog niet geformaliseerde materiële belastingschuld niet gelijk aan een handelsvordering en dus daarmee ook niet vergelijkbaar voor het toepassen van een hoger rentepercentage. Tenslotte is nog opgemerkt dat de rente niet gezien kan worden als een straf omdat dit niet het oogmerk is van de toepassing van (betreffende) rentepercentages.
Al met al een dure grap voor de Nederlandse Staat. Naar verwachting kost dit de Staat namelijk zo’n € 1,3 miljard. Daarentegen goed nieuws voor betreffende belastingplichten indien tijdig bezwaar is gemaakt.
Bezwaar maken kan overigens nog altijd zolang de definitieve aanslag Vennootschapsbelasting niet uiterlijk 16 januari 2026 is vastgesteld. Indien dit niet het geval is, zal de Belastingdienst bij het opleggen daarvan rekening houden met deze recente uitspraak.
Om af te sluiten met een tip: hou desondanks uw aanslag toch en altijd goed in de gaten!