Met de Stop-the-Clock-richtlijn en het Omnibus-vereenvoudigingspakket krimpt de groep Nederlandse bedrijven die verplicht moet rapporteren onder de Europese duurzaamheidsstandaarden (ESRS) van naar schatting 3.000–6.000 naar slechts 600–1.200 ondernemingen. Dat is al een grote verschuiving, maar minstens zo ingrijpend is de vereenvoudiging in de datapunten die gerapporteerd moeten worden.
Wat zijn datapoints in de ESRS?
Een datapoint is een afzonderlijke rapportage-eis: een meetwaarde, een beschrijving of een KPI die volgens de ESRS-standaarden moet worden opgenomen in het duurzaamheidsverslag.
Voorbeelden:
– Kwantitatief: Scope 1 CO₂-uitstoot (in ton CO₂e), waterverbruik (in m³), percentage hernieuwbare energie.
– Kwalitatief: Beschrijving van het beleid voor mensenrechten, toelichting op risicobeheer rond biodiversiteit.
De vereenvoudiging: minder is meer
EFRAG heeft het aantal verplichte datapoints met ruim de helft teruggebracht. Belangrijkste wijzigingen:
- Alleen relevante onderdelen – Bedrijven hoeven alleen data te verzamelen voor onderdelen die daadwerkelijk bijdragen aan het specifieke duurzaamheidsissue. Voorbeeld: Een productiebedrijf met kantoren wereldwijd mag CO₂-reductie focussen op de fabrieken, en niet op de administratieve kantoren.
- Geen verplichte schattingen – Als betrouwbare data niet beschikbaar zijn, mag een bedrijf afzien van onnauwkeurige of speculatieve cijfers.
- Directe metingen waar zinvol – De eis dat data altijd uit directe metingen moeten komen is versoepeld; in sommige gevallen is een onderbouwde berekening of model juist effectiever.
- Uitsluiten van irrelevante activiteiten – Data voor álle activiteiten is niet meer standaard verplicht, alleen waar ze substantieel bijdragen.
Wat betekent dit voor data-analyse?
De vereenvoudiging maakt rapportages:
– Kleiner in omvang, maar rijker in relevantie – Analisten werken met datasets die meer gefocust zijn op impactvolle activiteiten.
– Betrouwbaarder – Minder ruis van irrelevante of slecht geschatte cijfers.
– Efficiënter te verzamelen – Minder noodzaak om wereldwijd op elke locatie data te extraheren als dat geen verschil maakt.
Maar:
– Vergelijkbaarheid tussen bedrijven kan lastiger worden, omdat de set datapoints per onderneming meer op maat is.
– Materialiteitsanalyse wordt cruciaal – de selectie van datapoints bepaalt het datalandschap voor jaren.
De link met datagedreven sturen
Voor bedrijven die serieus sturen op duurzaamheid, verandert de rol van data-analyse fundamenteel:
– Focus op hotspots – Richt je analysecapaciteit op de locaties, processen of ketenonderdelen met de grootste impact.
– Kwaliteit boven kwantiteit – Minder datapoints betekent dat de overgebleven punten zwaarder wegen in besluitvorming.
– Integratie in kernsystemen – Als datapoints relevant zijn voor sturing, horen ze in ERP- en rapportagesystemen geïntegreerd te zijn, niet in losse Excel-sheets.
Conclusie
De CSRD-vereenvoudiging is meer dan een administratieve ingreep. Minder datapoints betekent niet minder scherpte – integendeel: bedrijven moeten beter onderbouwen waarom ze bepaalde data wel of niet opnemen. Voor data-analisten betekent dit een verschuiving van ‘alles meten’ naar ‘de juiste dingen meten, goed en betrouwbaar’.
Figuur: illustratieve reductie van datapoints door ESRS-vereenvoudiging.