Tempo van accountant en economie lopen uit elkaar

12-01-2026 Pieter de Kok Blog

Eenmaal jaarlijks bij elkaar zitten om te controleren of alles goed gaat met een bedrijf. Dat is feitelijk wat accountants nu doen, maar dit loopt steeds meer uit de pas met hoe bedrijven opereren. Die handelen namelijk sneller en zijn afhankelijker van ketens.

De Nederlandse economie beweegt realtime. Systemen wisselen informatie uit met leveranciers, klanten en toezichthouders in seconden. Processen worden meerdere keren per jaar aangepast en data die vandaag klopt, kan morgen al wijzigen. Maar over dat geheel geven wij als accountants zekerheid in de vorm van één document: de controleverklaring.

Dat jaarlijkse oordeel wordt nog steeds behandeld alsof dit het belangrijkste instrument is voor bedrijfskundige betrouwbaarheid, terwijl het ritme waarop het gebaseerd is allang niet meer past bij hoe organisaties functioneren.

Onhaalbare controlefictie

De kern van de fictie van de controleverklaring is dat je één keer per jaar een stabiel, volledig beeld kunt geven van een werkelijkheid die het hele jaar verandert.

Het geven van zo’n beeld was al lastig in de tijd van papieren administraties. In de hedendaagse digitale ketenomgeving is het onhaalbaar. Processen, regels, koppelingen en datasets veranderen voortdurend. Toch geven we een verklaring af alsof alles een momentlang stilstond en alsof dat moment voldoende zegt over het jaar ervoor én het jaar erna.

Wie zekerheid geeft over de informatie van vorig jaar, geeft in feite zekerheid over een foto die geen relatie meer heeft met de huidige werkelijkheid waarin bestuurders beslissingen moeten nemen.

De controleverklaring veronderstelt impliciet dat organisaties afwijkingen tijdig signaleren, vastleggen en corrigeren. De praktijk is anders: veel monitoring vindt ad hoc plaats, wordt handmatig bijgehouden of verdwijnt uit het zicht. De controleverklaring loopt daardoor structureel achter de risico’s aan.

Een momentopname

Echte modernisering van de bedrijfsprocessen begint met doorlopende monitoring binnen de organisatie zelf. Pas wanneer bedrijven hun eigen data, processen en afwijkingen realtime kunnen volgen, ontstaat een fundament waarop betrouwbaarheid betekenis krijgt. Zonder dat fundament blijft de controleverklaring een momentopname waarvan de houdbaarheid steeds korter wordt.

Maar zodra organisaties hun eigen monitoring op orde hebben, kan de accountant niet blijven werken in een jaarlijks ritme. Zogenoemde ‘ongoing auditing’ is dan geen permanente controlefabriek, maar een noodzakelijke spiegeling: doorlopende toetsing van precies die onderdelen die het vaakst veranderen en het meeste risico dragen.

Hier past de lichte verwijzing naar wat ik zelf ooit eerder in mijn loopbaan ‘Happy Land’ noemde: de situatie waarin interne monitoring en externe toetsing elkaar daadwerkelijk versterken, in plaats van elkaar jaarlijks even ontmoeten. Happy Land is een staat die zelden echt wordt gehaald, maar wel laat zien hoe groot de kloof is tussen wat mogelijk is en wat er daadwerkelijk gebeurt.

Kijk verder dan de grens

De controleverklaring stopt bij de grenzen van één rechtspersoon. Maar de risico’s van 2026 ontstaan bijna altijd tussen organisaties: in leveranciersketens, platformkoppelingen, logistieke netwerken of datastromen tussen partners. Dat leidt tot een ongemakkelijke waarheid: waar risico’s realtime door ketens lopen, stopt de zekerheid precies op het punt waar die risico’s beginnen.

Een modern zekerheidsmodel moet dus hele ketens volgen, niet binnen de grenzen van organisaties blijven.

Het meest verouderde element van de controleverklaring is daarbij dat zij wordt gemaakt voor iedereen tegelijk: banken, aandeelhouders, toezichthouders, ondernemingsraden, leveranciers én klanten. Maar deze partijen willen totaal verschillende dingen weten van een organisatie. De jaarlijkse controleverklaring probeert al die belangen te bedienen met één oordeel. Dat is efficiënt, maar vandaag de dag totaal niet meer logisch.

Een moderne economie vraagt om zekerheid op maat: gelaagd, afgestemd op de vragen en het ritme van verschillende stakeholders.

De conclusie: de controleverklaring is simpelweg te klein geworden voor de wereld waarin zij moet functioneren.

De controleverklaring hoeft niet te verdwijnen. Maar zij kan niet langer het primaire instrument zijn waarop onze economie – en iedereen die daarin opereert – vertrouwt. Daarvoor verandert informatie te snel, werken ketens te geïntegreerd en zijn de vragen van allerlei verschillende belanghebbenden te divers.

In plaats van de controleverklaring hebben we een model nodig waarin bedrijven doorlopende monitoring voeren, accountants realtime kunnen spiegelen waar het relevant is, zekerheid zich verplaatst van de organisatie naar de gehele keten en de controleverklaring onderdeel wordt van een breder, dynamischer stelsel van bedrijfskundige zekerheid.

 

Pieter de Kok
Geschreven door:

Pieter de Kok